In 2010 heeft de Europese Unie een richtlijn (2010/63/EU) gepubliceerd voor het beschermen van dieren die gebruikt worden voor dierproeven in de verschillende lidstaten. Deze richtlijn moet de verschillen in de wet- en regelgeving per lidstaat wegnemen. Daarnaast verplicht de richtlijn de lidstaten een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling en validatie van alternatieven.

Deze richtlijn is op 18 december 2014 in onze nationale wet- en regelgeving ingevoerd. De Wet op de dierproeven (Wod) is daarmee niet integraal vervangen. De Wod van vóór 2014 heeft namelijk diverse nationale bepalingen die verder gaan dan de richtlijn. Er is onder andere een verschil in definitie van een dierproef. In de rest van Europa is het doden van een dier voor het gebruik van organen geen dierproef, maar in Nederland wel. Hierdoor blijft in Nederland een hoog niveau van bescherming van proefdieren gehandhaafd.

Meer informatie

Op de website van de Europese Commissie kunt u meer informatie vinden over de implementatie, interpretatie en terminologie van de Europese Richtlijn die betrekking heeft op dierproeven in wetenschappelijk onderzoek en onderwijs.