De Rijksoverheid wil minder dierproeven en het dierenleed verkleinen. Zijn er alternatieven? Dan moeten die de dierproeven vervangen. Dierenleed voorkomen kan ook door het aantal proefdieren te verminderen en het verfijnen van proeven. Vraagt u een vergunning voor dierproeven aan bij de Centrale Commissie Dierproeven (CCD)? Dan moet uw aanvraag voldoen aan deze zogeheten 3 V’s.

1. Vervanging dierproeven

Steeds meer proeven met dieren worden vervangen door alternatieve methoden. Bijvoorbeeld door computersimulaties die biologische processen in het menselijk lichaam nabootsen. Of door onderzoek waarbij onderzoekers menselijk weefsel gebruiken.

Een dierproef mag alleen als er geen alternatief is. Dit staat in het Plan van aanpak dierproeven en alternatieven uit 2014.

2. Vermindering dierproeven

Bij elke proef zo min mogelijk dieren gebruiken. Bijvoorbeeld door gegevens van eerdere onderzoeken te gebruiken. Ook leveren nieuwe onderzoeksmethoden meer gegevens op uit minder dieren.

3. Verfijnen dierproeven

Tijdens de dierproeven het ongemak van dieren zoveel mogelijk verminderen. Bijvoorbeeld door goede:

  • huisvesting;
  • voeding;
  • pijnbestrijding.

Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) voor verbeteren welzijn dieren

Het NCad geeft advies over de 3 V’s en het welzijn van proefdieren aan:

Lees verder over adviezen over het verbeteren van het welzijn van proefdieren op de website van het NCad.