Weblogs

Blog van de voorzitter Ludo Hellebrekers

Het nieuwe vergunningstelsel voor dierproeven is inmiddels ruim een half jaar van kracht. In de aanloop naar de implementatie van de Europese Richtlijn in onze nationale wetgeving is uitgebreid overleg geweest tussen overheid, onderzoeksinstellingen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Toch was het voor iedereen wennen toen het op 18 december 2014 eindelijk echt zo ver was. Als kersverse Centrale Commissie Dierproeven  hadden wij ook lang niet op alle vragen uit het werkveld een kant-en-klaar antwoord. Wel stond ons als bestuur duidelijk voor ogen wat wij met de CCD wilden bereiken: samen met de Instanties voor Dierenwelzijn (IvD’s) en de Dierexperimentencommissies (DEC’s) werken aan het vervangen, verminderen en verfijnen van dierproeven. Maar hoe dat in de praktijk zou uitpakken, dat was minder duidelijk.

De Wet op dierproeven geeft veel duidelijkheid over hoe het vergunningstraject opgezet en uitgevoerd moet worden, maar er zijn nog voldoende punten uit de wet die voor meerdere interpretaties vatbaar zijn. Dat heeft de afgelopen maanden tot vele, en soms intensieve, discussies geleid met aanvragers. De vraag staat daarbij centraal hoe ver wij als CCD mogen, willen en kunnen gaan. Voor ons is een diepgaande ethische afweging bij elke aanvraag van groot belang. Het binnenkort te publiceren Ethisch Toetsingskader helpt daarbij. Ook hebben we de discussie op gang gebracht over het gebruik van twee geslachten bij onderzoek. Dit in lijn met de toezegging van de Staatssecretaris om de CCD te vragen aandacht te besteden aan het verminderen van in voorraad gedode dieren. Niet iedereen is daar even blij mee. Ook worstelen veel onderzoekers met wat nou eigenlijk exact een toetsbare eenheid omvat. Wij zien soms projectvoorstellen  die  meer lijken op onderzoeksprogramma’s en waarbinnen de onderlinge samenhang onvoldoende helder is.

Ook blijken er nog verschillende misverstanden te bestaan.  Zo bestond bij een deel van de onderzoekers  het beeld dat een project altijd een looptijd van vijf jaar moet hebben, er een (zeer) hoge inschatting gemaakt kan worden van het aantal benodigde proefdieren en dat een project  het gezamenlijke werk van complete afdelingen zou moeten omvatten. Niet dus. Een project mag groter zijn dan een individueel dierexperiment en bevat meestal  een beperkt aantal onderling samenhangende dierproeven. Het doel en middel moeten concreet  en als eenheid toetsbaar zijn. De CCD ontwikkelt zichzelf ook verder en zal in de toekomst wellicht nog  kritischer worden. Wij zullen binnenkort communiceren over een aantal criteria die in het beoordelingsproces  gaandeweg zijn  uitgekristalliseerd en aangescherpt.

Inmiddels is het aantal aanvragen sinds begin van dit jaar fors toegenomen. En het is goed om te zien dat er van de ervaringen van de eerste maanden veel geleerd is. Er zit een duidelijke stijgende lijn in de kwaliteit van de aanvragen. De aanvragen zijn completer, de  niet-technische samenvattingen worden steeds duidelijker en de ethische afweging en onderliggende discussie  is beter navolgbaar. Als CCD krijgen we steeds meer ervaring in het beoordelen van aanvragen, waarbij voor ons de consistentie en navolgbaarheid van onze beslissingen zeker ook centraal staat.

Ook de DEC’s hebben de afgelopen maanden het nodige werk verzet. Naast advies geven over de aanvragen, hebben zij invulling gegeven aan het referentiekader voor hun eigen erkenning. De eerste DEC-erkenningen worden binnenkort verstrekt. Hoewel er uiteraard verschillen bestaan, is duidelijk dat de DEC’s zich steeds meer bewust worden van hun rol als belangrijkste adviseur van de CCD en steeds meer aandacht besteden aan een goede inhoudelijke motivering van hun adviezen.

We hebben met elkaar zeker nog niet de ideale toestand bereikt. Dat zou ook wel heel snel zijn na een half  jaar. Ik vermoed dat er nog veel discussies zullen volgen. Bijvoorbeeld over het punt van een realistische inschatting van het aantal benodigde dieren in een periode van vijf jaar. Wij zijn met z’n allen  immers ook niet gebaat met  een maatschappelijke discussie over een grote discrepantie tussen de vergunde aantallen proefdieren en het werkelijk gebruikte aantal.  De discussies helpen ons allen om het steeds beter te doen. Alleen op die manier kunnen we met elkaar echt werken aan een verantwoord proefdiergebruik in Nederland!

Reactie toevoegen

U kunt hier een reactie plaatsen. Ongepaste reacties worden niet geplaatst. Uw reactie mag maximaal 2000 karakters tellen.

Uw reactie mag maximaal 2000 karakters lang zijn.

Reacties

Er zijn nu geen reacties gepubliceerd.